Artikelen

Berghuijs, J. 2021. Boekbespreking: Hemel, Ernst van den. 2020. Passie voor de passie: De Matthäus, The Passion en andere passiespelen in ontkerkelijkt Nederland, Utrecht: Ten Have. Religie & Samenleving16: 353-356.

Download hier

Berghuijs, J. 2020. Geestelijke verzorging in een levensbeschouwelijk divers en geseculariseerd land. Religie & Samenleving 15: 184-194.

Gemeten naar kerklidmaatschap en kerkbezoek seculariseert Nederland in hoog tempo. Het land kent echter een zeer diverse bevolking wat betreft religieuze en spirituele oriëntaties, waaronder het verschijnsel van ‘meervoudige religieuze verbondenheid’ dat dwars door alle traditionele scheidslijnen heen loopt. Al met al is er een meerderheid van ruim 60% die betrokken is bij een vorm van religie of spiritualiteit. In de meeste gevallen verloopt interreligieuze spirituele zorg probleemloos voor zowel de geestelijk verzorgers als hun cliënten, behalve wanneer het gaat om religiespecifieke rituelen. Recente ontwikkelingen vergroten de aanwezigheid en zichtbaarheid van geestelijk verzorgers en hun brede inzetbaarheid. Er wordt ook gesproken over zorgen rond de profilering van het beroep en de versnippering van accreditatievormen.

Download hier en scroll naar blz 184.

Berghuijs, J. 2020. Religies als wegwijzers in het leven. Tertio 21, 29-4-2020: 10-11.

Berghuijs, J. 2019. Het veelkleurige palet van meervoudige religiositeit in Nederland. Handelingen 2019 (3): 27-37.

In ons multireligieuze land zijn behalve de basiskleuren van de grote religieuze tradities ook steeds meer mengkleuren te zien. Dan gaat het om mensen die zich laten inspireren door meer dan één religieuze traditie en hun leven daarmee op creatieve wijze inrichten.

Download hier

Berghuijs, J. 2018. Symposium Multiple religious belonging en geestelijke verzorging. NWO Nieuwsbrief Religie in de moderne samenleving april 2018.

Liefbroer, A.I. & J. Berghuijs. 2019. Spiritual care for everyone? Personal and organizational differences in interfaith spiritual care among chaplains in the Netherlands. Journal of Health Care Chaplaincy 25 (3): 110-129.

In multicultural and multifaith societies spiritual caregivers increasingly meet clients with diverse (non-)religious or spiritual orientations. We investigate how this religious and spiritual (R/S) diversity is dealt with by spiritual caregivers working in healthcare settings, the military, and prisons. Based on a survey among spiritual caregivers (n = 208) in a secularized, European country (The Netherlands), this study shows how spiritual caregivers’ personal as well as organizational factors relate to attitudes to R/S diversity. Spiritual caregivers who draw from several religious traditions in their lives have more positive views on spiritual caregiving to patients with another R/S orientation than theirs than those drawing from none or a singular tradition. Furthermore, authorization by a religious or Humanistic institution seldom relates to how R/S diversity is perceived, but the position of spiritual caregivers within various organizational settings and the way in which spiritual caregivers work does.

Download hier

Berghuijs, J., H. Schilderman, A. van der Braak & M. Kalsky. 2018. Exploring single and multiple religious belonging. Journal of Empirical Theology 31 (1): 18-48.

This contribution studies the notion of single and multiple religious belonging in a sample of 265 Dutch respondents. We will first focus on modalities of religious belonging and subsequently compare those who claim to draw from just one religion (the monoreligious) with those who indicate that they combine elements from different religious traditions (the multireligious) in terms of their intensities and styles of belonging, loyalty and mobility, and motivations for belonging. In general, multireligious respondents are characterized by their larger flexibility in religious matters as they tend to focus on similarities and common elements in different religions, and less on boundaries between them. By being loyal to themselves in the first place, they feel free to adopt and to leave behind religious beliefs and communities. Emotional and institutional bonds for each religion appear to be less strong than for monoreligious individuals in relation to their single religion.

Download hier

Berghuijs, J. & A.I. Liefbroer. 2017. Religieuze en levensbeschouwelijke diversiteit in het leven en werk van geestelijk verzorgers. Onderzoeksrapport,Vrije Universiteit Amsterdam.

Berghuijs, J. & A.I. Liefbroer. 2017. Religieuze en levensbeschouwelijke diversiteit in het leven en werk van geestelijk verzorgers. Religie & Samenleving 12 (2): 121-142.

Geestelijk verzorgers komen vaak in contact met cliënten die een andere spirituele of religieuze overtuiging hebben dan zijzelf, aangezien zij zorg verlenen aan cliënten met uiteenlopende achtergronden en aan cliënten die putten uit meerdere religieuze tradities. Hoe gaan geestelijk verzorgers om met religieuze diversiteit in hun eigen leven? Putten zij zelf uit meer dan één religieuze traditie? Hoe functioneren zij in een multireligieuze omgeving? Zijn zij bereid om interreligieuze geestelijke verzorging te bieden en achten zij zichzelf daartoe in staat? Welke uitdagingen zien zij voor de toekomst? Om deze vragen te beantwoorden, is een onderzoek uitgevoerd onder geestelijk verzorgers in de gezondheidszorg, bij defensie en in penitentiaire inrichtingen in Nederland (n=208). De implicaties van de resultaten voor de toekomst van de geestelijke verzorging worden besproken.

Downlaod hier

Berghuijs, J. & A.I. Liefbroer. 2107. Meervoudige religiositeit in het leven van geestelijk verzorgers. Tijdschrift Geestelijke Verzorging 20 (3): 13-22.

In twee artikelen beschrijven de auteurs de religieuze diversiteit onder geestelijk verzorgers in Nederland. Dit artikel gaat in op de rol van meervoudige religieuze betrokkenheid in het leven van de geestelijk verzorger. Het volgende gaat in op de invloed hiervan op het werk van de geestelijk verzorger. Dit onderzoek onder geestelijk verzorgers maakt deel uit van twee onderoeksprojecten aan de VU in Amsterdam: het onderzoek naar meervoudige religieuze betrokkenheid onder de Nederlandse bevolking, en daarnaast het onderzoek naar interlevensbeschouwelijke geestelijke verzorging.

Download hier

Liefbroer, A.I. & J. Berghuijs. 2017. Religieuze en levensbeschouwelijke diversiteit in het werk van geestelijk verzorgers. Tijdschrift Geestelijke Verzorging 20 (3): 24-33.

Dit is het tweede artikel dat ingaat op de invloed van religieuze en levensbeschouwelijke diversiteit – ditmaal op het werk van geestelijk verzorgers. De religieuze of levensbeschouwelijke oriëntatie van gesprekspartners komt aan bod, de mogelijke thema’s in de contacten, maar ook de vraag of geestelijk verzorgers interlevensbeschouwelijke geestelijke verzorging willen en kunnen verlenen.

Download hier

Berghuijs, J., M. Kalsky, D. Oostveen en A. van der Braak. 2017. Aspecten van ‘belonging’ in ‘Multiple Religious Belonging’.Psyche & Geloof 28 (2):79-99.

Meervoudige religieuze betrokkenheid of multiple religious belonging (MRB) is als begrip door theologen op de kaart gezet en direct geproblematiseerd, waarbij de discussie zich toespitst op de vraag of MRB mogelijk en wenselijk is. De term MRB wordt buiten de theologie nog weinig gebruikt. Wij zullen in dit artikel MRB definiëren op basis van een brede opvatting van belonging die recht doet aan de vele manieren, al dan niet via religieuze gemeenschappen, waarop mensen uit religieuze tradities putten. Het doel van dit artikel is een sociaalwetenschappelijk kader te ontwikkelen, waarin verschillende aspecten van religieuze belonging belicht worden, met het oog op empirische exploratie en inventarisatie van MRB in een westerse, geseculariseerde context. Daarbij richten wij ons met name op de individuele kant van belonging, zoals die tot uitdrukking komt in: de variatie in mogelijke religieuze expressies (wat), de intensiteit en duur van betrokkenheid (hoe), de motivatie (waarom) en de sociale relaties (met wie) die een rol spelen bij meervoudige religieuze betrokkenheid.

Download hier

Berghuijs, J., en A. van Wilgenburg. 2017. Christendom als evenement? Religiekunde in de praktijk III. Narthex 17 (1), 75-82.

Berghuijs, J. 2017. God en geloof verdwijnen, maar The Passion en de Matthäus Passion blijven populair. Hoe kan dat? Mariënburg Magazine, special maart 2017, 4-5.

Download hier en scroll door naar blz 4

Bernts, T., &J. Berghuijs. 2016. Godsdienstsociologie in Nederland. Sociologie Magazine 24 (4): 13.

Bernts, T. & J. Berghuijs. 2017. Wijkend christendom en persoonlijke spiritualiteit: vijftig jaar God in Nederland. PSC Magazine 7 (1): 10-11.

Berghuijs, J. 2016 Nieuwe spiritualiteit, meervoudige religiositeit en zingeving. In: Zock, H., J. Pieper en W. Krikilion (red). 2016. Zin buiten beeld? Zorg voor zinzoekers vandaag. Tilburg: KSGV, 15-38.

Nederland is geen christelijke natie meer. Godsdienst en kerken hebben het laatste decennium fors aan belang ingeboet. Een overgrote meerderheid van 82% komt nooit of bijna nooit in de kerk. Buiten kleine protestantse kerken van bijvoorbeeld de bevindelijk gereformeerden, en de grote nieuwe kerken van evangelische snit, is voor veel Nederlanders het christendom een onbekende of exotische wereld geworden. Natuurlijk is het christendom nog wel deel van onze cultuur, en in staat een breed publiek aan te spreken via bijvoorbeeld de Matthäus Passion en de laatste jaren in toenemende mate via het openluchtevenement The Passion. Ontkerkelijking wil echter niet zeggen dat religie en spiritualiteit zijn verdwenen uit Nederland. Er is een bont palet van religies en van allerlei vormen van spiritualiteit, al dan niet institutioneel georganiseerd….

Berghuijs, J. 2016. Multiple Religious Belonging in the Netherlands: an empirical approach to hybrid religiosity. Open Theology 3 (1): 19-37.

Dutch society is highly secularized in terms of decreasing church membership and church attendance. Meanwhile, there are many ‘religious creatives’ who fulfil their need for meaning by using multiple religious sources. This paper presents an empirical investigation into the occurrence and nature of hybrid religion in the Netherlands, seen as ‘multiple religious belonging’ (MRB). After a number of global indications of the importance of MRB, this is the first attempt to quantify and detail MRB in a population. A new approach to ‘religious belonging’ is developed, not in an exclusive, ‘property’ sense, but in terms of being related and feeling at home. This approach leads to a number of ‘modalities of belonging’, that can be measured per religion. To do so, a survey among a representative sample of the Dutch population was used. The survey results indicate that MRB is present among at least 23% of the population in varying combinations and intensities. They also highlight the tendency to emphasize the relatedness between religions, and the permeability and even blurring of the boundaries between them.

Download hier

Berghuijs, J. 2016. Nieuwe spiritualiteit en sociale betrokkenheid. Psyche & Geloof 27 (1): 11-29.

Nieuwe spiritualiteit is vaak bekritiseerd als egocentrisch en weinig gericht op sociale betrokkenheid. Auteurs die deze kritiek uiten zijn echter vaag en/of verschillen in hun specificatie van de doelgroep waar ze over schrijven en de precieze inhoud van de kritiek. Empirische studies over het onderwerp zijn schaars. Daarom is in dit artikel eerst een adequate afbakening van de doelgroep ontwikkeld (mensen betrokken bij nieuwe spiritualiteit), en een concept van maatschappelijke betrokkenheid dat onderscheid maakt tussen gedrag dat wel en dat niet egocentrisch is gemotiveerd. Op basis van dit conceptueel model is aan een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking een vragenlijst voorgelegd. Op de meeste variabelen van sociale betrokkenheid scoort de doelgroep lager dan degenen die bij een religieuze groepering horen of die ‘traditioneel religieus’ georiënteerd zijn, maar hoger dan de ‘seculiere’ groepen. Echter, de doelgroep is meer betrokken bij organisaties voor milieubescherming vrede, of dierenrechten dan de andere groepen. Maar demografische factoren – in het bijzonder opleiding, leeftijd en geslacht – blijken sterkere voorspellers van sociale betrokkenheid te zijn dan religieuze en spirituele overtuigingen, ervaringen, of praktijken.

Berghuijs, J. 2015. Religieus buiten de lijntjes kleuren. Geruchten 45: 8-11.  

Godsdienstsociologen benadrukken tegenwoordig steeds meer dat geleefde religie, zowel binnen als buiten kerken en andere religieuze instituties, zelden meer lijkt op het consistente, theologisch correcte ‘standaardpakket’ van gevestigde religies. Individuele religiositeit is ideologisch zelden consistent, is vaak pragmatisch georiënteerd, belichaamd, creatief, gericht op effectiviteit, fundamenteel sociaal, en ook vaak veranderlijk in de tijd: aangepast aan de behoefte in een bepaalde levensperiode. Grenzen rond de officiële inhoud van religies werden en worden mede getrokken via sociale en politieke strijd met als inzet de dominantie van elites. Een religie is geen eenheid, en alle religies zijn hybride en continu in verandering. De verschillen in individuele religiositeit binnen religieuze instituties zijn vaak net zo groot als die ertussen. Het is dus eigenlijk helemaal niet vreemd dat er, gezien vanuit een ‘standaardpakket’, religieus heel veel ‘buiten de lijntjes gekleurd’ wordt. In dit artikel geef ik daarvan twee voorbeelden. Het eerste betreft het esoterisch christendom, dat sterk verwant is met New Age / het Nieuwetijdsdenken. Het vertegenwoordigt een ‘onderstroom’ binnen het christendom, maar we zullen zien dat er ook elementen in zitten die meestal niet met het christendom geassocieerd worden. In het tweede voorbeeld, dat gaat over meervoudige religieuze betrokkenheid, combineren mensen bewust elementen uit verschillende religieuze tradities in hun leven.

Berghuijs, J. 2015. Miljoenen Nederlanders multireligieus volgens Motivaction onderzoek. Blogbijdrage Nieuwwij

Berghuijs, J. 2014. Nieuwe spiritualiteit en sociale betrokkenheid. Religie en Samenleving 9: 181-210.      

Nieuwe spiritualiteit is vaak bekritiseerd als egocentrisch en weinig gericht op sociale betrokkenheid. Auteurs die deze kritiek uiten zijn echter vaag en/of verschillen in hun specificatie van de doelgroep waar ze over schrijven en de precieze inhoud van de kritiek. Empirische studies over het onderwerp zijn schaars. Daarom is in dit artikel eerst een adequate afbakening van de doelgroep ontwikkeld (mensen betrokken bij nieuwe spiritualiteit), en een concept van maatschappelijke betrokkenheid dat onderscheid maakt tussen gedrag dat wel en dat niet egocentrisch is gemotiveerd. Op basis van dit conceptueel model is aan een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking een vragenlijst voorgelegd. Op de meeste variabelen van sociale betrokkenheid scoort de doelgroep lager dan degenen die bij een religieuze groepering horen of die ‘traditioneel religieus’ georiënteerd zijn, maar hoger dan de ‘seculiere’ groepen. Echter, de doelgroep is meer betrokken bij organisaties voor milieubescherming vrede, of dierenrechten dan de andere groepen. Maar demografische factoren – in het bijzonder opleiding, leeftijd en geslacht – blijken sterkere voorspellers van sociale betrokkenheid te zijn dan religieuze en spirituele overtuigingen, ervaringen, of praktijken.

Download hier en scroll naar blz 184

Berghuijs, J., J. Pieper, and C. Bakker. 2013. New spirituality and social engagement. Journal for the Scientific Study of Religion 52: 775-792.  

New spirituality has often been accused of being egocentric and thus lacking incentives for social engagement. The discussion on this subject is tangled because authors differ in specifying who they are writing about and what the criticism is. After seeking an adequate demarcation of the target group (people involved in new spirituality), we established a concept of social engagement that distinguishes between behavior that is and that is not driven by egocentric motivation. Using measures based on this conceptual model, we surveyed a representative sample of the Dutch population. We found that on most measures people involved in new spirituality are less socially engaged than affiliated or traditionally religious people but more engaged than “secular” people. However, they are more committed to organizations for environmental protection, peace, or animal rights than others. Overall, demographic factors—especially education, age, and gender—are stronger predictors for social engagement than religious and spiritual beliefs, experiences, or practices. The most important spirituality variable that predicts some social engagement measures is connectedness with self, others, and nature. 

Download hier

Berghuijs, J., J. Pieper, and C. Bakker. 2013. Conceptions of spirituality among the Dutch population. Archive for the Psychology of Religion 35: 369-398.    

This article explores the conceptions of spirituality in a large and representative sample ( N =2313) of the general population in the Netherlands. Spirituality is described mostly in cognitive terms (54%), especially in the form of general references to a transcendent reality (e.g. ‘more between heaven and earth’). Experiential expressions are used in more than a quarter of the descriptions. Important patterns in the descriptions are: spirituality as the transcendent God, spirituality as inwardness, and spirituality as mental health. In the sample, 21% distance themselves from spirituality; among people with a secular outlook this percentage is 35%. We paid special attention to differences in conceptions of spirituality between people inside and outside institutional religious contexts and between people who self-identify as ‘spiritual’ and those who do not.

Download hier

Berghuijs, J., J. Pieper, and C. Bakker. 2013. Being ‘Spiritual’ and Being ‘Religious’ in Europe: Diverging Life Orientations. Journal of Contemporary Religion, 281: 15-32. 

The present study shows that being ‘spiritual’ and being ‘religious’ are becoming different life orientations for a large part of the population. As far as we know, for the first time, a sample from an European country shows that these orientations are reflected in two coherent clusters of beliefs, experiences, and practices of what we call ‘new spirituality’ on the one hand and ‘traditional, church-related religion’ on the other hand. In addition, it appears that ‘only spiritual’ (and not ‘religious’) people and ‘only religious’ (and not ‘spiritual’) people have less ‘intensive’ spiritual/religious lives than people who describe themselves as ‘both spiritual and religious’. The ‘both’ category is not homogenous, probably as a result of the different associations which its members have of the conceptions of ‘spiritual’ and ‘religious’. The people in this category can be sub-divided in two sub-groups which show different profiles.

Download hier

Berghuijs, J. 2011. Present day spiritualities in confessional, popular, professional and aesthetic contexts: contrasts or overlap? Verslag van de expert conference op 23-24 juni 2011 ter gelegenheid van het emeritaat van Prof. Frans Maas. Tijdschrift voor theologie: 2011(4)    

Berghuijs, J. 2009. Ook buiten de kerken is er maatschappelijk heil. Trouw: 06-08-2009.    

Berghuijs, J. 2008. Spiritueel ondernemen: een onderzoek naar de commercialisering van spiritualiteit in populaire tijdschriften. Nederlands Theologisch Tijdschrift, 62: 225-240. 

Zou het niet fantastisch zijn als we leefden in een wereld zonder militair geweld, zonder politiek geweld,  zonder honger, kortom; een wereld van vrede en geluk? Daar kunnen we nu aan gaan werken, doormiddel van het Maharishi effect, een heel bijzonder effect van Transcendente Meditatie! Tenminste, dat zeggen Maharishi Mahesh Yogi en een aantal van zijn aanhangers. Op 20 december 2005 stond er een advertentie in de Telegraaf en de Volkskrant, waarin 500 jonge mannen werden gezocht met kracht, vitaliteit en overtuiging, voor een opleiding van een jaar om Nederland ‘onoverwinnelijk’ te maken. In dit artikel wil ik de voorgeschiedenis van dit opmerkelijke initiatief toelichten, en proberen de vraag te beantwoorden of het Maharishi effect werkelijk aan de hooggespannen verwachting van de TM-leiding kan beantwoorden.

Berghuijs, J. 2006. Mediteren voor de wereldvrede … helpt dat? Tijdschrift voor Parapsychologie 73 (2):14-17.    

Berghuijs, J. 2004. Alternatief geloven; een onderzoek naar de belangstelling voor esoterie binnen en buiten de kerk. In: J. van der Ploeg en M. van Dijk (red). Zoeter – meer tussen hemel en aarde; ziel en geweten van een moderne groeistad. Zoetermeer, Meinema, 140-143.   

Hoe kijken we in deze roerige tijd, waarin veranderingen zich in een sneltreinvaart voltrekken, tegen onze eigen geloofsbeleving aan? ‘Geloof’ je wel of niet? Zo ja, waarin en welke invulling geeft je daar dan aan? Kortom: zijn de ziel en het geweten van een moderne groeistad in het Groene Hart van Nederland bloot te leggen? Aan meer dan vijftig mensen met een diverse achtergrond is deze vraag gesteld. Het resultaat is een document met kleurrijke persoonlijke verhalen, die ontroeren, herkenbaar zijn en tot nadenken stemmen. Schitterende fotoportretten van de fotograaf Frits Falkenhagen complementeren het geheel. De inleiding door socioloog en theoloog Kees de Groot (in zowel Engels als Nederlands), plaatst de verhalen in een bredere context en geeft de religieuze diversiteit aan die in heel Nederland te bespeuren is.

Zie deze link

 Berghuijs, J. 2004. Gebedsgenezing: Proef op de som van een beproefd middel? Tijdschrift voor Parapsychologie 71/4: 20-23.

Al duizenden jaren bidden mensen om een spoedig herstel van zieken. Waarom zouden ze dat doen als ze niet geloofden dat het resultaat zou hebben? En waaraan ontlenen ze dat geloof? Hebben ze gemerkt dat het werkt? Tot de effecten van bidden wordt gerekend dat het rustgevend en bemoedigend kan zijn voor de bidder zelf. Bij het bidden voor een ander gaat het er echter ook om dat die ander er wat aan heeft: bijvoorbeeld dat hij snel(ler) herstelt of zijn ziekte beter accepteert. Hoe kun je vaststellen of zulk gebed ‘gewerkt’ heeft? De arts Harris voerde een experiment uit waarin voor een aantal ziekenhuispatiënten wel en voor een ander aantal niet gebeden werd, en claimde een significant effect voor de groep waarvoor gebeden was. Hij publiceerde zijn resultaten in Archives of Internal Medicine14, het tijdschrift van de American Medical Association. Het onderzoek trok internationaal de aandacht. Alleen al in Archives of Internal Medicine  barstte een hevige polemiek los: 26 (!) reacties binnen 2,5 jaar. Waarom? Ik analyseer de argumentatie in die reacties, zonder zelf een standpunt in te nemen over de resultaten van het experiment. Kijkt u mee rond in de wandelgangen van de medische wereld?